Spiegeltje spiegeltje...

Het huis waarin ik woon is een stadswoning, zo één zonder voortuin. Vanuit mijn voordeur stap ik zo op de stoep, waar dagelijks veel mensen op lopen op weg naar de stad of om hun hond uit te laten. Omdat ik mijn eigen ruimte en privacy belangrijk vind, heb ik stoffen lamellen zodat er niet makkelijk naar binnen kan worden gekeken. Maar ik kijk wel makkelijk naar buiten. Win-win dus!

Wanneer mensen langs mijn raam lopen, ben ik daar niet zo mee bezig, ik kijk eigenlijk niet vaak naar buiten. Ik zie ze wel in mijn ooghoek als ik in de woonkamer zit, en als ik er dan eens wel op let, dan valt het me op hoeveel mensen er naar binnen proberen te kijken. Of beter gezegd: dat idee heb ik vaak gehad. Ik checkte dan nog wel eens hoeveel ze nou eigenlijk konden zien van de buitenkant, en dat bleek toch echt heel beperkt te zijn. Het was volledig mijn eigen interpretatie dat mensen naar binnen willen kijken. Maar als ik goed oplet, dan zie ik heel duidelijk dat bijna iedereen die naar het raam kijkt niet mijn huis in wil kijken, maar zichzelf bekijkt in de weerspiegeling van het raam.

We zijn voornamelijk met onszelf bezig

Het viel me pas op toen ik op één dag twee vrouwen een beetje schuin naar beneden zag kijken, zeg maar richting mijn salontafels. En daar was echt niets te beleven. Deze dames waren duidelijk bezig hun eigen lichaam te bekijken. Laat dit nou precies het misverstand zijn dat we in het leven van alledag ook tegenkomen. We nemen aan dat mensen iets van ons vinden, dat ze met ons bezig zijn, ons veroordelen of ons minstens bekijken. Maar zo zitten we doorgaans niet in elkaar. We zijn voornamelijk met onszelf bezig.

Je kunt er iets van vinden. Misschien vind je het egoïstisch, asociaal of niet zoals het hoort, maar zo zitten we nou eenmaal in elkaar. We hebben dat ego nou eenmaal gratis en voor niets erbij gekregen. Alles wat we doen, doen we uiteindelijk voor onszelf, en dat gebeurt voornamelijk onbewust. Als we dat kunnen accepteren, kunnen we het ook gebruiken.

Als voorbeeld geef ik 2 opties van hoe je ‘s morgens door je collega (of vriend of vriendin) begroet wil worden. Stel je voor dat je op deze manier wordt ontvangen en voel wat beide opties je voor gevoel geven.

1) “Goedemorgen! Weet je wat mij is overkomen? Gisterenavond stond m’n ex ineens voor de deur, hij wil geld hebben voor dat ongeluk dat hij zelf heeft veroorzaakt. Dat is toch niet te geloven! …”

2) “Goedemorgen! Wauw wat heb je een leuk jurkje aan, deze kleur staat je heel mooi. Ik vind sowieso dat je altijd leuke kleren draagt, je ziet er heel verzorgd uit als ik je zie. Mag ik vragen waar jij shopt?”

Bij welke optie voel je je het fijnste? Het kan bijna niet anders of het is optie 2, waar het over jou gaat en niet over je collega. Het is ook nog eens een voorbeeld dat positief over jou spreekt, én waar je iets voor je collega kunt betekenen door shopadvies te geven. Dat werkt dubbelop omdat je je hierdoor nog meer gezien voelt. En heren, blijf bij de les want of je nu jurkjes draagt of niet, dit verhaal gaat net zo goed over mannen als over vrouwen.

We willen allemaal gezien worden. En afhankelijk van in hoeverre je die behoefte zelf in kunt vullen (lees: in hoeverre je jezelf “ziet”), zoeken we de invulling hiervan bij anderen. Dit zorgt ervoor dat de meesten van ons zelfs meer dan nodig bezig zijn met hoe anderen ons zien. “Als ze maar niet denken dat…” Het gezien willen worden bepaalt ook wat we als een fijne manier beschouwen om aangesproken te worden. Als het een gevoel geeft dat we er mogen zijn en daarin gewaardeerd worden, vinden we dat fijner dan wanneer de ander vooral over zichzelf praat.

Je kunt de behoeftes van anderen er niet bij hebben

En je hoeft het niet leuk te vinden, maar dit speelt ook een rol wanneer het gaat over de omgang met onze dierbaren in een periode van rouw. Hoe graag ze er ook voor je willen zijn, hun eigen behoefte is er ook. En hoe graag jij ook zou willen om die in te vullen en hun het gevoel te geven dat je ze ziet, de kans is groot dat het er gewoon niet in zit. Je hebt je handen vol aan jezelf en je kunt de behoeftes van anderen er gewoon niet bij hebben.

Dit is waar het in veel contacten een keer gaat wringen, terwijl er erg weinig aan te doen is. Inhoudelijk dan. Je kunt niet geven wat je niet in je hebt. Maar wat je wel kunt doen, is erkennen dat je het begrijpt. Delen dat je ze de aandacht zou willen geven die ze nodig hebben, maar dat je het simpelweg niet kunt. Niet nu. Neem niet aan dat iedereen dit zonder uitleg begrijpt, misschien zijn ze zich namelijk niet eens bewust van hun eigen behoeftes maar voelen ze wel dat het gaat wringen. Jij begrijpt nu waarom het wringt en kunt het bespreekbaar maken. Ook dat geeft een gevoel van gezien worden, ook dan zeg je in andere woorden: “Ik zie jou”.

Heb jij een manier gevonden om je waardering uit te spreken? Wil je het hieronder met me delen?

Heb ik je interesse gewekt?

Ben je klaar voor nog meer tips die werken zodra jij besluit dat je het genoeg alleen hebt geprobeerd? Ontvang ze gratis en zonder iets te hoeven doen in je mailbox.

Je geeft toestemming aan OverRouw voor de zorgvuldige verwerking van je gegevens. Bekijk de privacy policy.